Auteursarchief: Michel Oltheten

No time to lose!

Een van de meest ontroerende teksten uit de Pali canon vind ik de Bahiya Sutta, het verhaal van de bedelmonnik Bahiya, die ten tijde van de Boeddha ergens aan de golf van Bengalen woonde en misschien vaag ooit iets over hem had gehoord. Volgens het verhaal (en ik vraag bij voorbaat maar om vergeving voor mijn wel heel losse vertaling/hertaling) wordt Bahiya op zeker moment overvallen door grote twijfel en hij vraagt zich af: “Wat ben ik aan het doen? Is de manier waarop ik mijn leven leid wel oké? Ben ik niet verkeerd bezig?” Ergens uit de diepte van zijn intuïtie (volgens de sutta wordt hij bezocht door een devata, een soort geestverschijning) welt er een gedachte in hem op die zegt: “Zoek hulp, onderzoek je vraag met behulp van iemand die je een eindje vooruit is”. En zo gaat Bahiya op reis, op zoek naar de Boeddha, wiens naam hem, volgens de sutta, door de devata is ingefluisterd, of (meer mijn versie) die zomaar uit zijn geheugen opkomt, onder invloed van zijn diepe wens om verder te groeien, om meer helderheid te ontwikkelen. Hij voelt de urgentie ervan en dus gaat hij zonder verder tijd te verspillen op weg en dat inspireert me. Ik herken Bahiya’s wens en zijn honger. Ik voel de urgentie die er in zijn verhaal zit. Dit zijn mijn (onze?) vragen ook. Wat willen we weten? Hoe kan ik intenser leven? Is wat ik zie en hoor en voel en vind, reëel? Zijn mijn waarnemingen, mijn meningen en ideeën juist? En waarom heb ik het dan zo vaak mis? Waar baseer ik me op? Waar komen mijn zorgen, mijn onzekerheden, mijn verlangens vandaan? Wie ben ik nou echt, wie ben ik werkelijk? Ik wil weten hoe de wereld en mijn leven in elkaar steken en in elkaar passen. Ik wil weten waarom er zoveel lijden bestaat in de wereld om me heen.
Ik bewonder Bahiya’s moed, zijn bereidheid om zijn redelijk veilige leven ondersteboven te gooien en alles op het spel te zetten. Onze tijd van leven is niet onbeperkt!

Als hij uiteindelijk de Boeddha ontmoet vraagt hij heel nadrukkelijk om raad, om onderricht.
En als de Boeddha antwoordt dat hij jammer genoeg net op het verkeerde moment komt en dat hij later maar even terug moet komen, antwoordt Bahiya: “Ik weet niet hoe lang ik nog te leven heb. Ik weet niet welke gevaren op uw pad liggen. Onderwijs me alstublieft nu.” Misschien voorvoelde Bahiya dat hij niet lang meer te leven had. Onder de indruk van die urgentie maakt de Boeddha tijd voor Bahiya en zegt:

Zo Bahiya, zou je jezelf moeten oefenen: “Laat in wat gezien wordt alleen dat wat gezien wordt aanwezig zijn. Laat in wat gehoord wordt, alleen dat wat gehoord wordt aanwezig zijn. Laat in wat gevoeld wordt alleen dat wat gevoeld wordt aanwezig zijn. En in wat zich aandient in je bewustzijn, laat alleen dat wat zich in je bewustzijn aandient aanwezig zijn. Zó zou je beoefening zich moeten ontwikkelen Bahiya. Want als er in wat je ziet alleen het geziene aanwezig is en in wat je hoort alleen het gehoorde, en in wat je voelt alleen het gevoelde en in wat zich aandient in je bewustzijn alleen dat wat je je bewust bent, dan Bahiya zal jij daar niet “bij” zijn en als jij daar niet “bij” bent, ben jij er niet “in”. Dan Bahiya ben je noch hier, noch daar noch er tussen in. Alleen dit. Zó ga je om met het lijden.”

Daarna loopt de Boeddha verder. Bahiya laat de woorden van de Boeddha op zich inwerken. Diezelfde middag komt hij om, als hij aangevallen wordt door een wilde buffel, die haar jong beschermen wil.

De tekst geeft ons in al zijn scherpte en kortheid een heel heldere beschrijving van de oorzaak van onze worstelingen en stress en een even heldere uitweg. Hoeveel “verhaal”, hoeveel IK, koppel ik aan wat ik zie, hoor, voel en weet? Hoe vaak bouw ik een eenvoudige waarneming om en uit tot een drama, mijn drama? Hoe vaak voel ik me ongerust of gekwetst? Hie vaak laat ik me meesleuren door emoties, mijn emoties? Hoe vaak en veel projecteer ik op anderen in mijn omgeving? Hoe vaak komt in mijn onderbewustzijn de vraag op: “Wat zou hij, zij, wat zouden zij van me vinden?” Hoe vaak verkondig ik mijn zekerheden, zelfvertrouwen, overtuigingen en meningen zonder ook maar iets zeker te weten? Hoe verslaafd ben ik aan Mijn Kennis, Mijn Overtuigingen, Mijn Opinies, Mijn Stelligheden? Hoe zou het zijn als ik daar mee op zou houden? Hoe vrij zou het zijn als ik op zou houden alles op te sieren met Ik, Mijn, en Zelf, “Me Eige”, zoals we in Den Haag zeggen?

In wat ik zie alleen dat! In wat ik hoor enkel en alleen dat! In wat ik voel alleen dat en niets er bovenop. In wat ik me bewust ben alleen bewustzijn zonder projecties en zonder dramatiek. Geen Ik als waarnemer (er “bij” zijn) met alle bijbehorende meningen, oordelen, overtuigingen, verlangens en onmacht. En ook geen identificatie (er “in” zijn), met bijbehorende projecties, verstarring en verlies aan eigenheid, waarachtigheid en authenticiteit. Noch hier, noch daar, noch er tussen in. Ongefixeerd. Vrij om te bewegen, om de dingen eenvoudig te houden. No story. No lack of story. No bullshit.

Ma

Deze maand is het zeven jaar geleden dat mijn moeder overleed. Ze was 92 jaar en aan het einde van haar leven volslagen blind en hulpbehoevend. Ze was ook met regelmaat boos in haar laatste jaren. Boos dat het leven haar zo lang vast hield. Boos ook denk ik, op haar eigen tegenstrijdigheden. Enerzijds gaf ze vaak aan dat het genoeg was en dat ze uit het leven wilde. En anderzijds liet ze vaak blijken hoe sterk haar wil tot leven was. Ik herinner me nog goed dat we het op een middag hadden over versterven (ophouden met eten en drinken) als een manier om het heft in haar eigen handen te nemen. Ze overwoog de voors en tegens en tenslotte zei ze dat ze dat niet wilde want zo genoot nog zo vaak van sommige dingen (beschuitjes met aardbeien en witte suiker bijvoorbeeld). De tegenstrijdigheden in haar gevoelens vond ze overigens volkomen normaal. Daar konden we samen dan smakelijk om lachen en dan trok ik maar een mini-flesje witte wijn open (ook een van haar genietingen).

rietjeoltheten_medium

Mijn moeder kon in haar laatste jaren ook naar het nieuws luisteren en dan gepassioneerd mopperen dat er zo veel problemen in de wereld waren en dat alles zo veel gevaarlijker was geworden voor haar kinderen en kleinkinderen. Dan negeerde ze maar even dat ze zelf midden in de eerste wereldoorlog was geboren, was opgegroeid in de crisis van de jaren dertig en haar eerste kind kreeg in de hongerwinter. Mijn moeder hield wel van “catastroferen” en eerlijk gezegd kan ik dat eigenlijk ook best goed. Ik heb zo mijn eigen varianten daarin, maar als ik ga piekeren over die dingen waarover ik kan piekeren, dan blijkt soms dat ik het piekeren nog geenszins verleerd ben. Wat mij helpt op die momenten is om terug keren naar aanwezig zijn in nu. In eerste instantie betekent dat vooral, dat ik niet probeer om een oplossing te vinden, maar eenvoudigweg blijf bij de constatering: “ik ben bang,” zonder dat ik moet gaan zorgen dat het gevoel weg gaat, opgelost raakt, of dat het bange IK “getransendeerd” raakt. Juist voor zen-beoefenaren is dat vaak heel belangrijk. Het bange IK hoeft niet weg. Daar wordt het IK alleen maar banger van namelijk. Het gaat er om, minder geïdentificeerd te zijn met dat IK, dat zo bang is en ook zo alleen is in zijn gepieker.

Een poosje geleden lag ik midden in de nacht wakker. Er was iets waarover ik me zorgen maakte. Om een uur of drie in de nacht sloop ik mijn bed uit, ging beneden in de woonkamer in een stoel zitten en zei tegen mezelf: “Ik ben bang.” Kijkend uit het raam zag ik dat er aan de overkant een woonkamerraam verlicht was. En een eindje verderop ook een zolderraam. Er was een voelbare expansie in me. Zou het kunnen dat daar achter die ramen ook mensen zaten die niet konden slapen? Zouden er meer mensen in de stad, in het land, in de wereld zijn die bang waren en daar niet van konden slapen? In de ruimere stilte in me welde spontaan voor alle mensen die wakker lagen die nacht op: “May your life go well.” Toevalligerwijze is dat in de christelijke traditie de toevoeging aan “Eert uw vader en uw moeder”. De tekst zoals ik hem ken luidt: “Honour your father and mother, so that your life may go well.” Natuurlijk is die eer, die dankbaarheid, niet alleen bedoeld voor mijn fysieke ouders, maar voor alles en iedereen, alle mensen, alle wezens, alles in het universum, want dat alles is vader en moeder voor me. Die ruime stilte in me is bron van dankbaarheid voor alles wat mijn vader en moeder is en daarin is een warme warme plek ingeruimd voor mijn eigen moeder. Vandaag gedenk ik in diepe dankbaarheid Rietje Oltheten-Gianotten, 15 juni 1916 – 20 april 2009.

Een bedelaar op pad

Een paar jaar geleden heb ik besloten om mijn manier van werken om te gooien en niet langer een kostprijs te verbinden aan wat ik doe. Ik vraag dus niet meer om welke vergoeding dan ook, niets heeft een prijskaartje. In plaats daarvan opper ik meestal (niet altijd) de mogelijkheid om een donatie te doen, maar zonder dat dat verplicht is. Op www.zenheart.nl vind je meer uitleg daarover. Sinds die tijd kijk ik naar de onzekerheid (en eerlijk gezegd soms grote angst) in mezelf over mijn manier van leven en mijn inkomen. Terwijl mijn financiële reserves afnemen maak ik mezelf afhankelijk van de goedgeefsheid van de wereld om me heen. Sommige mensen vinden onze opstelling (het is een keuze die Helen en ik samen hebben gemaakt) maar vreemd, zelfs bizar. Iemand zei me dat dit niet van deze tijd is en dat wat ik doe waardevol is en dus een prijs mag hebben. Maar eerlijk gezegd vraag ik me af of waarde zo aan prijs verbonden moet zijn. Wat ik doe vind ik waardig en waardevol, maar ik kan er geen prijs voor noemen. Het beetje wijsheid dat ik in me heb, heb ik gratis gekregen van mijn leven. De ruimte die er in me is om te luisteren naar wat mensen beweegt, te luisteren naar vreugde, verdriet, angst, frustraties, liefde en liefdesverdriet, de eindeloze en altijd ontroerende variatie van mensen en levens, die ruimte is niet van mij. Ik luister naar het ontvouwen van openheid, wijsheid en mededogen en terwijl ik luister helpt mij dat weer, om mezelf verder te ontvouwen. Ik help en wordt evenzeer geholpen. Alles wat ik heb en alles wat ik ben, is me gegeven. Door mij ouders, mijn broers en zussen, door Helen en onze kinderen, door mijn leraar en mijn medereizigers op het pad van meditatie en contemplatie, mijn metgezellen in de Zen Heart Sangha, door jullie allemaal, door de maatschappij, door de zon, de aarde, de maan en de sterren, het houdt niet op. Dat is wat en wie ik ben. En wat kan ik anders doen dan dat weggeven, doorgeven, teruggeven? Mijn leven is kort en ik kan niets vasthouden, niets meenemen. Ik wil geven in het vertrouwen dat de wereld me wil steunen op mijn pad. Ik ben een bedelaar vervuld van rijkdom, dankbaarheid en twijfel. Ik wandel in de zon en in het duister. Net zoals iedereen.

Goede Vrijdag

Vandaag is het Goede Vrijdag, de dag waarop in de christelijke traditie het lijden en sterven van Christus centraal staan. Voor mij (met mijn Katholieke achtergrond) is en blijft het een bijzondere dag. Een dag om stil te staan bij lijden, sterven en vooral bij opoffering. Ik ben nog steeds geïnteresseerd in het Christus verhaal en vandaag vooral in de vraag hoe lijden en opoffering in de levens van mensen werken. Ik heb vandaag vaak stil gestaan bij de levens van al die mensen die delen van hun leven (en soms heel hun leven) schenken, offeren, aan de verzachting van het lijden van anderen. Ik herinner me een foto van Sebastiao Salgado waarop een moeder haar kind op schoot heeft in de hel van een vluchtelingenkamp ergens in Tanzania, gevlucht voor de genocide in Ruanda. De blik van het kind en de houding van die moeder! Of de beelden van vluchtende vaders en moeders uit Syrië die hun kinderen in veiligheid proberen te brengen, weg uit de oorlog.
Ik zag in gedachten vandaag ook een man met een baard die op Lesbos probeert vluchtelingen te helpen en die daarvoor zijn vakantie opoffert. Ik zag een vrijwilliger bij het Leger des Heils die zelf door zijn eigen hel is gereisd en die nu daklozen van een maaltijd en slaaplekken voorziet. Ik zag een Parijse man die al zijn spaargeld en zijn halve leven gegeven heeft (en dat nog steeds doet) aan daklozen en gevangenen.
Het ontroert me zo intens. En het werd vandaag al maar weidser. Iedereen heeft offers gebracht voor anderen. We geven geld aan collectes (soms ook als we het zelf maar moeilijk kunnen missen). Sommigen hebben hun carrières in de koelkast gezet voor hun kinderen (vaak zonder daar zelfs maar bij na te denken). Anderen zorgen voor oude vaders en moeders, voor zieken en stervenden. Sommigen zorgen voor mensen en anderen voor dieren. Sommigen gooien het roer van hun leven compleet om, om een pad van contemplatie en mededogen te bewandelen, omdat ze niet anders kunnen. Allemaal, bewust of onbewust, zijn we in staat tot opoffering, tot de aanvaarding van klein of groot lijden ten behoeve van anderen. Sterker nog, we kunnen niet anders. Het zit in ons bloed, in onze genen, zo zijn we gebouwd. We worden onontkoombaar gedreven door mededogen. Het is de inherente basis-goedheid van alle mensen, van jou en mij.
Ik vermoed dat zelfs degenen die niets willen weten van het lijden om hen heen en die alleen oog lijken te hebben voor het eigen belang, het eigen comfort, de eigen veiligheid, uiteindelijk gewoon diep geraakt zijn door het lijden dat ze zien en proberen zichzelf en hun kleine kring van naasten te behoeden voor het lijden dat ze vrezen. Als we ons hart proberen af te sluiten voor mededogen, doen we dat vaak ter bescherming van onze naasten.
Onze beoefening draait in essentie om het openen van ons hart. Soms is dat verscheurend pijnlijk. Vandaag is dat diep ontroerend en ik voel me naakt en rauw en kwetsbaar en de tranen zijn voortdurend dichtbij.
“God geef mij de kracht om altijd dieper lief te hebben,” schreef Theresa van Avilla. Is dat niet de wens van ons allen?
Ik wens jullie een prachtige Pasen.

De deur en de terreur

Keer op keer treft het me in het hart. Vluchtende mensen op de Brusselse luchthaven, vluchtende mensen in een winkelstraat in Istanbul, vluchtende mensen die vast zitten op de Balkan. Wat is het verschil?
De angst treft iedereen.
De verwondingen, de rouw, het verdriet, de trauma’s; ze treffen iedereen.
De machteloosheid en de wanhoop; ze treffen iedereen.
En we proberen allemaal om aan haat, bommen, verminkingen en dood te ontkomen.
We proberen allemaal om onszelf en degenen die we liefhebben dit alles te besparen.
Het treft iedereen.
We zijn allemaal mensen.

Wie roept dat de grenzen nu dicht moeten, dat we vluchtelingen maar terug moeten sturen, is voor mij in wezen niet anders dan de degene die in de winkelstraat of een terminalgebouw vol vluchtende mensen zijn deur op slot zou doen en niemand meer binnen laat. Ik begrijp de angst die daar achter zit ook. Ik voel die angst ook. Het is dezelfde angst en dezelfde poging om mezelf en degenen die ik liefheb alle mogelijke pijn en angst en verwondingen te besparen. Maar als ik uit angst mijn deur sluit voor vluchtende mensen heb ik de terreur binnen gelaten. Terreur kan ik niet buitensluiten.
Terreur is angst, en die kan ik alleen met open hart en open deur tegemoet treden. Ik kan niet anders. Ik weet geen andere weg.

Zijn en Weten (Ik Ben en Ik Weet)

Vorige week donderdag zagen we in de zendo het interview dat Maezumi Roshi kort voor zijn dood gaf over leven en sterven. Als hij spreekt over aanwezig zijn in het moment, zegt hij dat we het eigenlijk niet kunnen observeren. Als we het observeren is het moment altijd net weer voorbij. Als er ook maar de geringste afstand is tussen object en subject, tussen ik en wat ik zie, dan kijk ik steeds terug in de tijd, naar het (zeer recente) verleden. Dus het ervaren van dit ogenblik is in werkelijkheid niet mogelijk. Als de voeler, de ziener, de “ervaarder” het ogenblik ervaart, is het ogenblik altijd net voorbij. We kunnen het niet ervaren, we kunnen het alleen zijn.

Is er in precies dit moment een gedachte? Is dat zelfs maar mogelijk? Is er zelfs maar een micro-seconde tijd voor een gedachte? In het tijdloze moment, in tijdloze aanwezigheid, is er geen gedachte, geen denker en geen denken. Er is geen proces mogelijk.
Maar dat betekent niet dat er geen weten is als we samenvallen met het tijdloze moment. In dit pure “Ik ben” is er ook “Ik weet”. Er is bewustzijn. Aanwezigheid is bewust. Bewust van geluid bijvoorbeeld en dat is zelfs heel precies. Het geluid van een bus is niet het geluid van een vogel.
In koan 37 van de Mumonkan vraagt een monnik aan Joshu: “Wat is de betekenis van de komst van de Patriarch (Bodhidharma) vanuit het Westen?” Joshu antwoordt: “De eikenboom in de voortuin.” Je kan de vraag voor jezelf herformuleren (wat belangrijk is in de beoefening van Koan). Dan wordt het bijvoorbeeld: “Hoe kan ik de werkelijkheid, mijn eigen ware aard, direct ervaren?” Die vraag vergt precisie. En het antwoord van Joshu is direct en eveneens héél precies. Het is die eik in de voortuin. Niet een beuk, niet een wilg, niet een willekeurige boom. Het is een weten dat intelligent is, dat het een en het ander herkent, compleet, onmiddellijk en zelfloos.

En raken we los van “Ik ben” en “Ik weet”, los van Dit Moment Zijn en Dit Moment Weten, dan leven we in verhalen, gedreven door “narrativium”, gevangen in beschrijvingen en “ervaringen” en verkeren we eigenlijk steeds in het verleden. We lopen achter de feiten aan: “the story of my life”.

Mijn leraar toonde me dit dag in dag uit.
Beperk je niet tot ervaren. Ben.
Beperk je niet tot denken. Weet.

Tegelijkertijd: Dit is wat we ons kunnen herinneren en waar we telkens naar terug kunnen keren en ons mee verbinden. Het is de beoefening van shikantaza. En alle koans gaan over Zijn en Weten. We leven het, we brengen het voortdurend tot expressie, het is de bron van creativiteit.

En Zijn en Weten brengen ons onontkoombaar naar verbondenheid en compassie. Hoe kunnen we iets anders doen dan proberen anderen te helpen? De pijn en het lijden van anderen negeren zou gelijk staan aan het negeren van mijn eigen hartkwaal omdat mijn hart geen deel van mij uit zou maken. Dat geloven zou absurd en bizar zijn. De ander zien zonder ook de ander te zijn is even absurd en bizar. En de ander zijn zonder de ander te zien idem.

Het werkt overigens in beide richtingen. Een diepe beoefening van Ik Ben en Ik Weet leidt rechtstreeks naar compassie en liefdevol handelen. Een diepe beoefening van compassie en liefdevol handelen leidt rechtstreeks naar Zijn en Weten. Weten is de ander zien. Zijn is de ander zijn.

Bieke Vandekerckhove

Midden in de nacht werd ik wakker en bleek in tranen te zijn. Beneden in de woonkamer ben ik op de stoel voor de balkondeuren gaan zitten in het duister (om Helen niet wakker te maken) en dacht aan de vraag in de vertaling van Jean-Claude Carrière van de Mahabharatha. “What is the greatest miracle? The greatest miracle is that death strikes around us every moment and yet we live as though we are immortal”. Ik keek er naar vanuit verschillende perspectieven.
In onbewustheid of verdringing van de nabijheid van de dood zou ik de voorbereiding op de dood achterwege kunnen laten en zou ik dus ook onbewust blijven van de onvoorstelbare schoonheid van dood en leven, van de bevrijding van leven, de bevrijding van dood, van de harmonie tussen leven en dood.
En in vol bewustzijn van de diepe aanwezigheid van de dood en (voor)bereid zijnde voor de directe nabijheid van de dood, leef ik nu, als oneindig, als eeuwig, in juist dit ogenblik, in volle aanvaarding van de pijn en van de vreugde. Dankbaar. De bron van dankbaarheid is de welkome aanwezigheid van dood en de welkome aanwezigheid van leven. Leven is het samenzijn van dood en leven.

Ik gedenk Bieke Vandekerckhove
29 juli 1969 – 7 september 2015

Ze werd vandaag begraven en in gedachten ben ik sterk bij Frank Sensei
en de leden van de Zen Sangha België, en bij allen die haar dierbaar waren.
Ik zou mijn armen om u heen willen.

Buddha is made of Non-Buddha elements

De Zen Heart Sangha zomerretraite is voorbij, de was is gedaan, de zendo is weer op orde en het nieuwe seizoen is begonnen. Er zijn zóveel mensen betrokken geweest bij de voorbereidingen voor de sesshin, het houden van de sesshin en het opruimen daarna en weer van start gaan hier in Den Haag. “Tweeënzeventig werken brachten ons dit voedsel” zegt de maaltijd-gatha. Dat is niet alleen waar voor de maaltijd, maar ook voor de was, het opruimen van de zendo en het schoonmaken van de toiletten. En ontelbaar veel mensen zijn daarbij betrokken, zijn daarin aanwezig. Dat geldt voor alles in ons leven. Op het white board in de gang staat momenteel: “Buddha is entirely made of Non-Buddha elements”. Ik besta volledig uit Niet-Ik onderdelen. Ik ben dus volledig niet Ik, want ieder onderdeel van Ik, iedere gedachte, iedere emotie, bestaat uit oneindig veel niet-gedachten-, niet-emoties-onderdelen. Dat alles ben ik en deze oneindige veelheid is wat we in onze beoefening Leegte noemen. En wat dat teweeg brengt is een eindeloze dankbaarheid. Alles wat er is, alles wat ik ben, is Niet-Ik. Alles komt tijdelijk samen in wat we voor het gemak maar even Michel noemen. Het is gegeven. Alles is een gift. En het enige wat we werkelijk willen is die gift doorgeven. Alles openen en doorgeven wat we zijn.

Bewustzijn (na bomen zagen).

Wat is bewustzijn? Waar zetelt bewustzijn? Waar zit het? Roshi stelde me die vraag eens terwijl we stonden te wachten op een perron in de Parijse metro. Die vraag komt nog steeds regelmatig langs. Ik zou misschien geneigd zijn te zeggen dat het in mijn hersenen zit. Verbonden met, en met begrensd door, de fysieke ervaring van mijn lichamelijkheid, van mijn zelfbewustzijn, van IK. Maar op de een of andere wijze voldoet dat niet en lukt dat ook niet. Op de een of andere manier kan ik bewustzijn niet beperken, niet lokaliseren. Ik kan geen plek vinden, geen definitie, geen vast karakter. Bewustzijn is niet man of vrouw, Nederlands of Frans, boeddhist, katholiek of atheïst.
Als we vasthouden aan een beperkt ik en aan een tot ons zelf beperkt zelfbewustzijn, hoe zouden we dan kunnen groeien naar de liefde en compassie van bijvoorbeeld de Shakyamuni Boeddha, wiens liefde en mededogen vandaag de dag nog steeds stralen? Hoe zou Sainte Thérèse van Lisieux tot haar roeping zijn gekomen, en schrijven: ”Ik heb mijn roeping gevonden! Ik zal liefde zijn. En zo zal ik alles zijn.”
Bewustzijn kan ver voorbij zelfbewustzijn expanderen. In bewustzijn ben ik de ander en de anderen. En tegelijkertijd ben ik in een diepe en nabije relatie met de ander en de anderen aangezien zelfbewustzijn niet losstaat van bewustzijn.
Bewustzijn is de realisatie en ervaring dat zelfbewustzijn geworteld is in, en omvat wordt door, dat wat Chögyam Trungpa Rinpoché “Panoramisch bewustzijn” noemt. En dit panoramisch bewustzijn is het panorama van dít ogenblik zelf. In de stilte en leegte van panoramisch bewustzijn kan alles ontstaan, bestaan en weer verdwijnen. En wanneer het Ik zich realiseert dat het zich in werkelijkheid uitstrekt ver voorbij de grenzen waarin het geloofde en waaraan het zich angstig vasthield, dan kan het Ik dit grenzeloos bewustzijn door zichzelf heen laten stralen.
Het Ik heeft oren, een stem en handen die het beschikbaar kan stellen. Het Ik kan het onbegrensde handen en een stem geven. Mijn stem. Het onbegrensde kan mijn handen uitsteken en en iemand aanraken in mededogen. En wanneer mijn stem wegvalt en mijn handen langs mijn lichaam vallen in overgave, lost zelfbewustzijn eenvoudigweg op in haar oorsprong en haar thuis. Simpelweg dat.

Bomen kappen

Ik sta bij een boom aan de slootrand op het weiland en kijk naar de paarden, de Shetlanders en de kippen. Er zoemen een paar bijen langs de sloot. Boven mij zeemeeuwen. Helen is bezig om de omheining te repareren en ik ben een boom aan het omhalen die bij de laatste storm goeddeels is omgewaaid. De boom is dood. Het leven leeft uitbundig. Bomen, gras, vogels. Ik hoor de auto’s op de weg. Ik hoor de meeuwen. Een paard stampt. Al die geluiden zijn zo’n diepe stilte. De stilte straalt om alles heen en door alles heen. Soms is het zo helder.

Binnen in mij is er niemand thuis. Geen ik, geen Michel, geen denker, geen voeler, niemand die hoort, niemand die ziet. Er is geen hoofdkwartier, niemand aan de stuurknuppel, niemand aanwezig. Nooit geweest ook. Geen zetel van bewustzijn. Alleen bewustzijn. Alomvattend en onplaatsbaar, ongevestigd. Als ik ontspan blijkt mijn bewustzijn simpelweg bewustzijn, zonder centrum. We houden onszelf zo makkelijk voor de gek. In werkelijkheid is er maar één wezen, één entiteit die alles omvat. Wijds en voorbij weten. Een oneindig potentieel waarin alle wezens en alle verschijnselen tijdelijk verschijnen zonder afgescheiden te zijn van bewustzijn. Dit is leven. Dit ben ik. Dit ben jij.