Auteursarchief: Michel Oltheten

Crisis? Welke crisis?

De kredietcrisis domineert het nieuws nog steeds. Het is erg en het wordt nog erger is de boodschap. De achtergronden lijken complex maar zijn volgens mij uiterst eenvoudig te verklaren uit de ongebreidelde hebzucht die ontstaat uit onze diepe onzekerheid over de werkelijkheid van ons zijn, ons IK. Krediet en geld zijn prachtige hulpmiddelen. Zonder geld zouden we terug vallen op ruilhandel. En krediet stelt een bedrijf in staat om onderzoek te doen, machines en grondstoffen te kopen en daarvoor betaald te worden ná levering van hun producten. Geld, zo leerde ik in de lessen economie, is in zijn kern niets anders dan vertrouwen. En met vertrouwen is niks mis. In tegendeel, vertrouwen in je medemens is een bestaansvoorwaarde. Wat er mis is volgens mij, is dat veel mensen niet langer geld zien als het symbool van vertrouwen in de medemens, maar hun vertrouwen leggen in geld en niet in hun medemens. Voor veel mensen is hun vermogen niet meer een hulpmiddel, maar een belangrijk deel van hun identiteit, hun wezen. Hun identiteit is zo afhankelijk geworden van economisch succes, de grootte van hun huis, hun auto, hun vakantie, dat hun zijn, hun wezen bedreigd wordt als hun bankrekening bedreigd wordt. In de VS en Europa neemt het aantal zelfmoorden als gevolg van de crisis snel toe. Zo tragisch geïdentificeerd zijn we kennelijk met ons financiële welzijn. Deze crisis kan ons in staat stellen het geld-ik te bekijken. En los te laten. 
Als niets buiten mij is, hoe kan ik dan tekort komen? Als ik alles omvat, hoe kan er dan een bodem zijn aan het reservoir van waaruit gegeven wordt? David Loy schreef: “Voor wie zichzelf kent als zijnde niets anders dan de hele wereld, wordt de waarde van geld bepaald door de mogelijkheden die geld kan bieden om het lijden in de wereld te verlichten”. Wat voor goeds kunnen we doen? Wat kunnen we beter doen voor onszelf en anderen, dan terug te keren naar vertrouwen in onze ongelimiteerde ware zelf? (“Buddhism and Money; the Repression of Emptyness Today. Buddist Ethics and Modern Society no31 1991″)

Intimiteit 2

Terug uit Ameland schreef ik over intimiteit (zie het onderwerp van 27 januari jl.). En tijdens de zazenkai van afgelopen zondag heb ik het meer dan eens over intimiteit gehad. In deDenkoroku (“verslag van de transmissie van het licht”) staat een prachtige koan (nr. 42). Een leerling die al heel lang een diepe relatie heeft met zijn leraar, geeft op zeker dag die leraar zijn mantel aan. De leraar vraagt zijn leerling: “Wat is dat onder jouw mantel”? (Met ander woorden, “Wat leeft er in het hart van jouw zijn? Wie ben je ten diepste?”). De leerling kan daarop op dat moment geen antwoord geven. Zijn leraar zegt dan: “Het is uiterst pijnlijk wanneer je zo diep bezig bent geweest met het bestuderen van Zen en je hebt dit niveau niet bereikt. Stel mij de vraag maar. Ik zal het beantwoorden”. De leerling stelt dan de vraag aan zijn meester: “Wat is dat onder uw mantel”? De leraar antwoordt: “Intimiteit”. De leerling heeft onmiddellijk een diepe ervaring van verlichting.
Natuurlijk gaat dit ook over de intimiteit tussen de leraar en deze leerling. De intimiteit van een zeer diepe relatie. En meer fundamenteel gaat het over intimiteit met mijzelf en aanvaarding zonder oordeel van alles wat er in mijzelf aanwezig is. Ten diepste gaat het over het totale één zijn met alles. Ieder onderscheid tussen mijzelf en de wereld valt weg. Er is niets dat ik niet omvat. En zo zit ik, in mijn zwarte vest en groene broek. Intimiteit. Niet afgescheiden, niet geïdentificeerd.
Voor wie een mondje Frans spreekt, deze link leidt naar een recent interview met mijn leraarGenno Pagès Roshi over intimiteit.

Houden van…

Dinsdagavond na de meditatie spraken we over houden van, over liefde en de aard van liefde. Volgens mij is liefde iets dat in onze genen zit. We zijn gebouwd om liefde te voelen en te geven. Of we dat ook durven, of we ook onder alle omstandigheden de openheid en kwetsbaarheid die nodig zijn om te kunnen liefhebben, toe durven te laten is de grote vraag. In het werk van Shelley trof ik een passage aan die me trof. In het essay “on love” schreef hij, dat zelfs wanneer we volstrekt alleen zijn, of ons in een liefdeloze omgeveing bevinden, we onze liefde richten op dieren, planten, de natuur. Zelfs het gras of de lentewind kan ons hart raken. We kunnen het niet laten. We hebben een ongelimiteerde capaciteit tot houden van, zolang we niet vastraken in de behoefte aan de liefde van anderen. Liefde kan gegeven en ontvangen worden. Liefde kan nooit genomen worden. Als je liefde wil, geef het dan.

Intimiteit

Weer thuis van anderhalve week op Ameland met mijn leraar, mijn broers en zussen van Dana sangha en een heleboel oude en nieuwe vrienden. In totaal waren we met meer dan driehonderd mensen. Ik heb genoten. Genoten van een week werken met mijn leraar en mensen die me zo dierbaar zijn. En genoten van de ontmoetingen met zoveel oude bekenden en nieuwe gezichten. Ook genoten van Genpo Roshi die driehonderd mensen bijna aan de hand meenam in zijn Big Mind Workshop. Verbazingwekkend hoe mensen die ik al heel lang niet gezien en gesproken heb zo veranderd kunnen zijn en tegelijk zo herkenbaar als dezelfde van toen. Ik herken ze en tegelijk begroet ik ze als nieuw. Ik ken ze en ik ken ze totaal niet. Telkens wisselen tussen weten en niet weten, kennen en niet kennen. Zonder vast te zitten in één van twee. 

Ameland

Volgende week naar Ameland voor de grote “sangha gathering” met Genpo Roshi. Ik hoorde vandaag dat er meer dan driehonderd personen aanwezig zullen zijn. Met Genpo Roshi kan het niet anders dan groots. Big Mind, Big Sangha, Big Gathering. Voor mij is het ook een periode van tien dagen werken met mijn leraar. Niet alleen werken met koans, meditatie, maar ook gewoon wandelen, thee zetten en praten over alledaagse dingen. Ieder moment is kostbaar. Eens, in een discussie over wat hoofdzaken en bijzaken zouden zijn in het leven heeft Maezumi Roshi naar verluid gezegd: “Er zijn geen bijzaken. Alles is belangrijk”. Even een kopje thee zetten voor mezelf en Helen.

Lotusvijver

Vanmiddag viel de lotusvijver in de bus. Ieder kwartaal is dat weer een genoegen. En dit keer trof ik een artikel aan over Deshimaru Roshi (1914-1982). Ik kijk naar zijn foto. Krachtig en liefdevol. Op veel van de foto’s die ik op internet vind, lijkt hij een heel klein glimlachje te hebben. Dan valt mijn oog op een kadertje met citaten. Eén daarvan raakt me diep. “Buiten onze geest is er geen geluk en geen ongeluk. Alleen onze geest beslist daarover. In povere omstandigheden kunnen we net zo goed het ware geluk vinden”. Simpel. Alleen mijn kleine ik is alsmaar bezig het één af te wijzen en het ander na te streven. Laat dat vallen en alles is eenvoudig geluk. Het ware geluk. 

Nieuwjaar

Het nieuwe jaar is begonnen. Met veel geknal en veel getelefoneer en ge-sms. Een record aantal sms’jes lees ik in de krant. Merkwaardig. Als keizer Constantijn de Grote in de vierde eeuw na Christus niet had besloten dat nieuwjaar niet op kerstmis zou vallen maar op 1 januari, hadden we al die sms’jes al eerder kunnen/moeten versturen. Een compleet arbitraire datum dus. Grappig eigenlijk. Wat we ook doen, we kunnen nieuw en oud niet definiëren. Wat nieuw is, is in de toekomst en wat oud is in het verleden, maar zelfs dat klopt niet. Want mijn mp3 speler is spiksplinter nieuw maar komt wel uit vorig jaar. En de lamp boven mijn werktafel is uit de jaren dertig van de vorige eeuw en nog maar net nieuw (en modern, jawel). Niets is definieerbaar. Niets is wat ik denk dat het is. Buiten hoor ik een meeuw krijsen. Vóór dat ik denk: “ik hoor een meeuw”, vóór ik uit het hier en nu stap, is er iets dat hoort. Dat iets is niet te definiëren of beschrijven. Dat iets is. Een dierbare vriend mailde me: “gelukkig 200nu”. Dat wens ik jullie allen. Hier en nu zijn. En het bijzondere is dat als we in het hier en nu verblijven en ons niet laten afleiden naar daar, straks of toen, we gewoonweg zijn. Gelukkig. 

Verlichting?

Verlichting. Stilte. Eenheidservaring. Is dat wel een onderwerp om over te schrijven? Is het eigenlijk wel een onderwerp? Ik heb net een stukje tekst zitten lezen dat iemand me per email toezond. De “awake state” lees ik daar. Maar is dat wel mogelijk? Is verlichting een staat? Kan je daar verblijven en vaststellen dat je “verlicht” bent? Verlicht zijn is eigenlijk een contradictio in terminis. Je kunt niet verlicht zijn. Er is geen verlichte staat. Er is verlicht handelen. En er zijn mensen waarvan ik uit hun handelen meen te kunnen afleiden dat er soms/vaak minder afgescheidenheid en egocentrisme in die handelingen zit.
Eckhard Tolle schrijft over de toeziende aanwezigheid. Temidden van je gedachten en emoties doe je als het ware een stap terug, uit je patronen en onmiddellijk is er een waarnemende aanwezigheid waardoor er ruimte ontstaat en waardoor de emoties en gedachten waarmee mijn ik zich solide maakt opeens hun pijnlijke hardheid verliezen. Maar er is nog steeds een toeziener, een observator die het geobserveerde gade slaat. Er is nog steeds verder te gaan tot degene die alleen maar IS. Geen waarnemer, niets dat waargenomen wordt. Dus dat is niet MIJN IK, maar HET IK. Ik kan het niet claimen voor mezelf, het is niet mijn staat van zijn. Die ervaring wordt wel Verlichting, Stilte, Eenheidservaring of het Absolute genoemd. Vrijwel iedereen heeft ervaringen van eenwording. Bijvoorbeeld: je loopt in de natuur en voelt plotseling een diepe vreugde, een eenzijn met de omgeving. Is dat de ervaring die ik bedoel? Als je je dat afvraagt, kan je er zeker van zijn dat dat niet zo is. De ervaring is voorbij alle twijfel. De Sandokai gaat dan nog een stap verder en zegt dat die ervaring niet de verlichting is. Daaraan voorbij gaan, dat loslaten en dan gewoon zonder ergens aan vast te houden leven. Verlicht? Ach…

Ramana Maharshi

Afgelopen dinsdag hebben we gesproken over een tweetal leraren, namelijk Ramana Maharshi en Nisargadatta Maharaj. Beiden uit de Advaita Vedanta traditie van het hindoeisme. Vooral Ramana Maharshi spreekt me erg aan. Wat hij onderwees was in feite buitengewoon simpel. Wat er ook opkomt in je aandacht, je gedachten, je waarneming; vraag telkens: wie bemerkt, wie denkt, wie ziet, wie hoort? Het antwoord zal steeds zijn: IK. Vraag dan: Wie is die IK? Je zal dan merken dat die IK volledig onkenbaar, ongrijpbaar, ongelimiteerd is. Er is geen aparte IK, geen MIJN IK. En toch is iets bewust, iets hoort, iets ziet. Dat iets is de IK die alleen IS. Niets dan dat, IK BEN. Die IK, dat bewustzijn, is universeel. Een ander heeft niet een ander bewustzijn. Het is het bewustzijn. Simpel. 
Dogen Zenji de grondlegger van soto zen in Japan zei het zo: “De boeddha-weg bestuderen is het zelf bestuderen. Het zelf bestuderen is het zelf vergeten. Het zelf vergeten is verlicht te zijn door alles wat is. Verlicht te zijn door alles wat is, is het wegwerpen van het lichaam en geest van je zelf en anderen. Geen spoor van verlichting blijft over en deze spoorloze verlichting is eeuwig”.

Terug uit Parijs

Gisteren zijn we teruggekomen uit Parijs, waar we vier dagen een zogenaamde Koan Sesshin hebben gedaan. Vier dagen intensief werken met mezelf en met anderen. Ik voel me alsof ik ben ondergedompeld in een warm bubbelbad. Ik ben daar deels als leerling maar deels ook als leraar en vooral in die tweede rol voel ik me omhuld door al die mensen die me ondersteunen en begeleiden. Die voor me zorgen en over me waken. En natuurlijk allereerst en vooral mijn leraar. Ze creëert een ruimte waarin we onszelf kunnen openen naar wie we werkelijk zijn en naar wat we in feite altijd zijn geweest. Nu weer thuis voel ik me vooral heel dankbaar. En moe. Nu eerst maar eens kijken wat ik vanavond ga koken.