Auteursarchief: Michel Oltheten

Een bedelaar op pad

Een paar jaar geleden heb ik besloten om mijn manier van werken om te gooien en niet langer een kostprijs te verbinden aan wat ik doe. Ik vraag dus niet meer om welke vergoeding dan ook, niets heeft een prijskaartje. In plaats daarvan opper ik meestal (niet altijd) de mogelijkheid om een donatie te doen, maar zonder dat dat verplicht is. Op www.zenheart.nl vind je meer uitleg daarover. Sinds die tijd kijk ik naar de onzekerheid (en eerlijk gezegd soms grote angst) in mezelf over mijn manier van leven en mijn inkomen. Terwijl mijn financiële reserves afnemen maak ik mezelf afhankelijk van de goedgeefsheid van de wereld om me heen. Sommige mensen vinden onze opstelling (het is een keuze die Helen en ik samen hebben gemaakt) maar vreemd, zelfs bizar. Iemand zei me dat dit niet van deze tijd is en dat wat ik doe waardevol is en dus een prijs mag hebben. Maar eerlijk gezegd vraag ik me af of waarde zo aan prijs verbonden moet zijn. Wat ik doe vind ik waardig en waardevol, maar ik kan er geen prijs voor noemen. Het beetje wijsheid dat ik in me heb, heb ik gratis gekregen van mijn leven. De ruimte die er in me is om te luisteren naar wat mensen beweegt, te luisteren naar vreugde, verdriet, angst, frustraties, liefde en liefdesverdriet, de eindeloze en altijd ontroerende variatie van mensen en levens, die ruimte is niet van mij. Ik luister naar het ontvouwen van openheid, wijsheid en mededogen en terwijl ik luister helpt mij dat weer, om mezelf verder te ontvouwen. Ik help en wordt evenzeer geholpen. Alles wat ik heb en alles wat ik ben, is me gegeven. Door mij ouders, mijn broers en zussen, door Helen en onze kinderen, door mijn leraar en mijn medereizigers op het pad van meditatie en contemplatie, mijn metgezellen in de Zen Heart Sangha, door jullie allemaal, door de maatschappij, door de zon, de aarde, de maan en de sterren, het houdt niet op. Dat is wat en wie ik ben. En wat kan ik anders doen dan dat weggeven, doorgeven, teruggeven? Mijn leven is kort en ik kan niets vasthouden, niets meenemen. Ik wil geven in het vertrouwen dat de wereld me wil steunen op mijn pad. Ik ben een bedelaar vervuld van rijkdom, dankbaarheid en twijfel. Ik wandel in de zon en in het duister. Net zoals iedereen.

Goede Vrijdag

Vandaag is het Goede Vrijdag, de dag waarop in de christelijke traditie het lijden en sterven van Christus centraal staan. Voor mij (met mijn Katholieke achtergrond) is en blijft het een bijzondere dag. Een dag om stil te staan bij lijden, sterven en vooral bij opoffering. Ik ben nog steeds geïnteresseerd in het Christus verhaal en vandaag vooral in de vraag hoe lijden en opoffering in de levens van mensen werken. Ik heb vandaag vaak stil gestaan bij de levens van al die mensen die delen van hun leven (en soms heel hun leven) schenken, offeren, aan de verzachting van het lijden van anderen. Ik herinner me een foto van Sebastiao Salgado waarop een moeder haar kind op schoot heeft in de hel van een vluchtelingenkamp ergens in Tanzania, gevlucht voor de genocide in Ruanda. De blik van het kind en de houding van die moeder! Of de beelden van vluchtende vaders en moeders uit Syrië die hun kinderen in veiligheid proberen te brengen, weg uit de oorlog.
Ik zag in gedachten vandaag ook een man met een baard die op Lesbos probeert vluchtelingen te helpen en die daarvoor zijn vakantie opoffert. Ik zag een vrijwilliger bij het Leger des Heils die zelf door zijn eigen hel is gereisd en die nu daklozen van een maaltijd en slaaplekken voorziet. Ik zag een Parijse man die al zijn spaargeld en zijn halve leven gegeven heeft (en dat nog steeds doet) aan daklozen en gevangenen.
Het ontroert me zo intens. En het werd vandaag al maar weidser. Iedereen heeft offers gebracht voor anderen. We geven geld aan collectes (soms ook als we het zelf maar moeilijk kunnen missen). Sommigen hebben hun carrières in de koelkast gezet voor hun kinderen (vaak zonder daar zelfs maar bij na te denken). Anderen zorgen voor oude vaders en moeders, voor zieken en stervenden. Sommigen zorgen voor mensen en anderen voor dieren. Sommigen gooien het roer van hun leven compleet om, om een pad van contemplatie en mededogen te bewandelen, omdat ze niet anders kunnen. Allemaal, bewust of onbewust, zijn we in staat tot opoffering, tot de aanvaarding van klein of groot lijden ten behoeve van anderen. Sterker nog, we kunnen niet anders. Het zit in ons bloed, in onze genen, zo zijn we gebouwd. We worden onontkoombaar gedreven door mededogen. Het is de inherente basis-goedheid van alle mensen, van jou en mij.
Ik vermoed dat zelfs degenen die niets willen weten van het lijden om hen heen en die alleen oog lijken te hebben voor het eigen belang, het eigen comfort, de eigen veiligheid, uiteindelijk gewoon diep geraakt zijn door het lijden dat ze zien en proberen zichzelf en hun kleine kring van naasten te behoeden voor het lijden dat ze vrezen. Als we ons hart proberen af te sluiten voor mededogen, doen we dat vaak ter bescherming van onze naasten.
Onze beoefening draait in essentie om het openen van ons hart. Soms is dat verscheurend pijnlijk. Vandaag is dat diep ontroerend en ik voel me naakt en rauw en kwetsbaar en de tranen zijn voortdurend dichtbij.
“God geef mij de kracht om altijd dieper lief te hebben,” schreef Theresa van Avilla. Is dat niet de wens van ons allen?
Ik wens jullie een prachtige Pasen.

De deur en de terreur

Keer op keer treft het me in het hart. Vluchtende mensen op de Brusselse luchthaven, vluchtende mensen in een winkelstraat in Istanbul, vluchtende mensen die vast zitten op de Balkan. Wat is het verschil?
De angst treft iedereen.
De verwondingen, de rouw, het verdriet, de trauma’s; ze treffen iedereen.
De machteloosheid en de wanhoop; ze treffen iedereen.
En we proberen allemaal om aan haat, bommen, verminkingen en dood te ontkomen.
We proberen allemaal om onszelf en degenen die we liefhebben dit alles te besparen.
Het treft iedereen.
We zijn allemaal mensen.

Wie roept dat de grenzen nu dicht moeten, dat we vluchtelingen maar terug moeten sturen, is voor mij in wezen niet anders dan de degene die in de winkelstraat of een terminalgebouw vol vluchtende mensen zijn deur op slot zou doen en niemand meer binnen laat. Ik begrijp de angst die daar achter zit ook. Ik voel die angst ook. Het is dezelfde angst en dezelfde poging om mezelf en degenen die ik liefheb alle mogelijke pijn en angst en verwondingen te besparen. Maar als ik uit angst mijn deur sluit voor vluchtende mensen heb ik de terreur binnen gelaten. Terreur kan ik niet buitensluiten.
Terreur is angst, en die kan ik alleen met open hart en open deur tegemoet treden. Ik kan niet anders. Ik weet geen andere weg.

Zijn en Weten (Ik Ben en Ik Weet)

Vorige week donderdag zagen we in de zendo het interview dat Maezumi Roshi kort voor zijn dood gaf over leven en sterven. Als hij spreekt over aanwezig zijn in het moment, zegt hij dat we het eigenlijk niet kunnen observeren. Als we het observeren is het moment altijd net weer voorbij. Als er ook maar de geringste afstand is tussen object en subject, tussen ik en wat ik zie, dan kijk ik steeds terug in de tijd, naar het (zeer recente) verleden. Dus het ervaren van dit ogenblik is in werkelijkheid niet mogelijk. Als de voeler, de ziener, de “ervaarder” het ogenblik ervaart, is het ogenblik altijd net voorbij. We kunnen het niet ervaren, we kunnen het alleen zijn.

Is er in precies dit moment een gedachte? Is dat zelfs maar mogelijk? Is er zelfs maar een micro-seconde tijd voor een gedachte? In het tijdloze moment, in tijdloze aanwezigheid, is er geen gedachte, geen denker en geen denken. Er is geen proces mogelijk.
Maar dat betekent niet dat er geen weten is als we samenvallen met het tijdloze moment. In dit pure “Ik ben” is er ook “Ik weet”. Er is bewustzijn. Aanwezigheid is bewust. Bewust van geluid bijvoorbeeld en dat is zelfs heel precies. Het geluid van een bus is niet het geluid van een vogel.
In koan 37 van de Mumonkan vraagt een monnik aan Joshu: “Wat is de betekenis van de komst van de Patriarch (Bodhidharma) vanuit het Westen?” Joshu antwoordt: “De eikenboom in de voortuin.” Je kan de vraag voor jezelf herformuleren (wat belangrijk is in de beoefening van Koan). Dan wordt het bijvoorbeeld: “Hoe kan ik de werkelijkheid, mijn eigen ware aard, direct ervaren?” Die vraag vergt precisie. En het antwoord van Joshu is direct en eveneens héél precies. Het is die eik in de voortuin. Niet een beuk, niet een wilg, niet een willekeurige boom. Het is een weten dat intelligent is, dat het een en het ander herkent, compleet, onmiddellijk en zelfloos.

En raken we los van “Ik ben” en “Ik weet”, los van Dit Moment Zijn en Dit Moment Weten, dan leven we in verhalen, gedreven door “narrativium”, gevangen in beschrijvingen en “ervaringen” en verkeren we eigenlijk steeds in het verleden. We lopen achter de feiten aan: “the story of my life”.

Mijn leraar toonde me dit dag in dag uit.
Beperk je niet tot ervaren. Ben.
Beperk je niet tot denken. Weet.

Tegelijkertijd: Dit is wat we ons kunnen herinneren en waar we telkens naar terug kunnen keren en ons mee verbinden. Het is de beoefening van shikantaza. En alle koans gaan over Zijn en Weten. We leven het, we brengen het voortdurend tot expressie, het is de bron van creativiteit.

En Zijn en Weten brengen ons onontkoombaar naar verbondenheid en compassie. Hoe kunnen we iets anders doen dan proberen anderen te helpen? De pijn en het lijden van anderen negeren zou gelijk staan aan het negeren van mijn eigen hartkwaal omdat mijn hart geen deel van mij uit zou maken. Dat geloven zou absurd en bizar zijn. De ander zien zonder ook de ander te zijn is even absurd en bizar. En de ander zijn zonder de ander te zien idem.

Het werkt overigens in beide richtingen. Een diepe beoefening van Ik Ben en Ik Weet leidt rechtstreeks naar compassie en liefdevol handelen. Een diepe beoefening van compassie en liefdevol handelen leidt rechtstreeks naar Zijn en Weten. Weten is de ander zien. Zijn is de ander zijn.

Bieke Vandekerckhove

Midden in de nacht werd ik wakker en bleek in tranen te zijn. Beneden in de woonkamer ben ik op de stoel voor de balkondeuren gaan zitten in het duister (om Helen niet wakker te maken) en dacht aan de vraag in de vertaling van Jean-Claude Carrière van de Mahabharatha. “What is the greatest miracle? The greatest miracle is that death strikes around us every moment and yet we live as though we are immortal”. Ik keek er naar vanuit verschillende perspectieven.
In onbewustheid of verdringing van de nabijheid van de dood zou ik de voorbereiding op de dood achterwege kunnen laten en zou ik dus ook onbewust blijven van de onvoorstelbare schoonheid van dood en leven, van de bevrijding van leven, de bevrijding van dood, van de harmonie tussen leven en dood.
En in vol bewustzijn van de diepe aanwezigheid van de dood en (voor)bereid zijnde voor de directe nabijheid van de dood, leef ik nu, als oneindig, als eeuwig, in juist dit ogenblik, in volle aanvaarding van de pijn en van de vreugde. Dankbaar. De bron van dankbaarheid is de welkome aanwezigheid van dood en de welkome aanwezigheid van leven. Leven is het samenzijn van dood en leven.

Ik gedenk Bieke Vandekerckhove
29 juli 1969 – 7 september 2015

Ze werd vandaag begraven en in gedachten ben ik sterk bij Frank Sensei
en de leden van de Zen Sangha België, en bij allen die haar dierbaar waren.
Ik zou mijn armen om u heen willen.

Buddha is made of Non-Buddha elements

De Zen Heart Sangha zomerretraite is voorbij, de was is gedaan, de zendo is weer op orde en het nieuwe seizoen is begonnen. Er zijn zóveel mensen betrokken geweest bij de voorbereidingen voor de sesshin, het houden van de sesshin en het opruimen daarna en weer van start gaan hier in Den Haag. “Tweeënzeventig werken brachten ons dit voedsel” zegt de maaltijd-gatha. Dat is niet alleen waar voor de maaltijd, maar ook voor de was, het opruimen van de zendo en het schoonmaken van de toiletten. En ontelbaar veel mensen zijn daarbij betrokken, zijn daarin aanwezig. Dat geldt voor alles in ons leven. Op het white board in de gang staat momenteel: “Buddha is entirely made of Non-Buddha elements”. Ik besta volledig uit Niet-Ik onderdelen. Ik ben dus volledig niet Ik, want ieder onderdeel van Ik, iedere gedachte, iedere emotie, bestaat uit oneindig veel niet-gedachten-, niet-emoties-onderdelen. Dat alles ben ik en deze oneindige veelheid is wat we in onze beoefening Leegte noemen. En wat dat teweeg brengt is een eindeloze dankbaarheid. Alles wat er is, alles wat ik ben, is Niet-Ik. Alles komt tijdelijk samen in wat we voor het gemak maar even Michel noemen. Het is gegeven. Alles is een gift. En het enige wat we werkelijk willen is die gift doorgeven. Alles openen en doorgeven wat we zijn.

Bewustzijn (na bomen zagen).

Wat is bewustzijn? Waar zetelt bewustzijn? Waar zit het? Roshi stelde me die vraag eens terwijl we stonden te wachten op een perron in de Parijse metro. Die vraag komt nog steeds regelmatig langs. Ik zou misschien geneigd zijn te zeggen dat het in mijn hersenen zit. Verbonden met, en met begrensd door, de fysieke ervaring van mijn lichamelijkheid, van mijn zelfbewustzijn, van IK. Maar op de een of andere wijze voldoet dat niet en lukt dat ook niet. Op de een of andere manier kan ik bewustzijn niet beperken, niet lokaliseren. Ik kan geen plek vinden, geen definitie, geen vast karakter. Bewustzijn is niet man of vrouw, Nederlands of Frans, boeddhist, katholiek of atheïst.
Als we vasthouden aan een beperkt ik en aan een tot ons zelf beperkt zelfbewustzijn, hoe zouden we dan kunnen groeien naar de liefde en compassie van bijvoorbeeld de Shakyamuni Boeddha, wiens liefde en mededogen vandaag de dag nog steeds stralen? Hoe zou Sainte Thérèse van Lisieux tot haar roeping zijn gekomen, en schrijven: ”Ik heb mijn roeping gevonden! Ik zal liefde zijn. En zo zal ik alles zijn.”
Bewustzijn kan ver voorbij zelfbewustzijn expanderen. In bewustzijn ben ik de ander en de anderen. En tegelijkertijd ben ik in een diepe en nabije relatie met de ander en de anderen aangezien zelfbewustzijn niet losstaat van bewustzijn.
Bewustzijn is de realisatie en ervaring dat zelfbewustzijn geworteld is in, en omvat wordt door, dat wat Chögyam Trungpa Rinpoché “Panoramisch bewustzijn” noemt. En dit panoramisch bewustzijn is het panorama van dít ogenblik zelf. In de stilte en leegte van panoramisch bewustzijn kan alles ontstaan, bestaan en weer verdwijnen. En wanneer het Ik zich realiseert dat het zich in werkelijkheid uitstrekt ver voorbij de grenzen waarin het geloofde en waaraan het zich angstig vasthield, dan kan het Ik dit grenzeloos bewustzijn door zichzelf heen laten stralen.
Het Ik heeft oren, een stem en handen die het beschikbaar kan stellen. Het Ik kan het onbegrensde handen en een stem geven. Mijn stem. Het onbegrensde kan mijn handen uitsteken en en iemand aanraken in mededogen. En wanneer mijn stem wegvalt en mijn handen langs mijn lichaam vallen in overgave, lost zelfbewustzijn eenvoudigweg op in haar oorsprong en haar thuis. Simpelweg dat.

Bomen kappen

Ik sta bij een boom aan de slootrand op het weiland en kijk naar de paarden, de Shetlanders en de kippen. Er zoemen een paar bijen langs de sloot. Boven mij zeemeeuwen. Helen is bezig om de omheining te repareren en ik ben een boom aan het omhalen die bij de laatste storm goeddeels is omgewaaid. De boom is dood. Het leven leeft uitbundig. Bomen, gras, vogels. Ik hoor de auto’s op de weg. Ik hoor de meeuwen. Een paard stampt. Al die geluiden zijn zo’n diepe stilte. De stilte straalt om alles heen en door alles heen. Soms is het zo helder.

Binnen in mij is er niemand thuis. Geen ik, geen Michel, geen denker, geen voeler, niemand die hoort, niemand die ziet. Er is geen hoofdkwartier, niemand aan de stuurknuppel, niemand aanwezig. Nooit geweest ook. Geen zetel van bewustzijn. Alleen bewustzijn. Alomvattend en onplaatsbaar, ongevestigd. Als ik ontspan blijkt mijn bewustzijn simpelweg bewustzijn, zonder centrum. We houden onszelf zo makkelijk voor de gek. In werkelijkheid is er maar één wezen, één entiteit die alles omvat. Wijds en voorbij weten. Een oneindig potentieel waarin alle wezens en alle verschijnselen tijdelijk verschijnen zonder afgescheiden te zijn van bewustzijn. Dit is leven. Dit ben ik. Dit ben jij.

Dankbaarheid en Pasen

Op een goede vrijdagmorgen 🙂 hadden we het in de zendo over dankbaarheid. En over de vraag hoe we dankbaarheid kunnen “beoefenen”. Meestal hebben we het gevoel dat dankbaarheid verbonden is aan iets goeds en moois in ons leven. Iets dat ons gegeven wordt of wat ons overkomt. Het lijkt dus in eerste instantie voorwaardelijk, want verbonden aan de specifieke kwaliteit van een gebeurtenis (goed, mooi, fijn). Kunnen we dankbaar zijn voor iets wat we niet ervaren als fijn, mooi, goed? Voor pijn, voor lijden? Kunnen we onvoorwaardelijk dankbaar zijn?

Eén van de aspecten van dankbaarheid is dat het verbonden is aan de onmiddellijke nabijheid van de dood. We leven op de rand van leven en dood en we zouden dit gegeven bij voortdurende oefening, als “beoefening”, voor ogen kunnen houden. Dat is niet morbide. In tegendeel! Leven staat niet tegenover dood. Leven is geboorte, leven, sterven en dood. Als een in- en uitademen. Het is ook belangrijk dat we dit zo dichtbij mogelijk brengen naar onszelf. Leven is MIJN gebooorte, MIJN leven, MIJN sterven en MIJN dood. Dit brengt me in contact met mijn voortdurende sterven van moment tot moment. En ook met het verval van mijn ouder wordende lichaam, en de doorvoelde wetenschap dat de dood van dit lichaam de volgende seconde kan plaats vinden (en dat was altijd al zo).
Dit brengt me ook in contact met een diepe onderstroom van levensdrang en levenslust. In mijn lichaam, in mijn cellen, zit een onvoorstelbaar krachtige en onvoorwaardelijke drang tot leven. Nog één ademhaling, nog één stap, nog één blik. Een diep streven naar leven!
Tegelijkertijd is er in me een diep streven naar veranderen, naar stromen en naar loslaten en dit is al evenzeer een expressie van onvoorwaardelijk leven.
Tezamen brengt dit een diepe stilte voort, een kalmte die zich nergens aan vast houdt, waaraan niets ontbreekt en die niets weet. Het is een directe opening naar dankbaarheid en mededogen, naar een onvoorwaardelijke liefde en dankbaarheid voor leven én sterven en voor de levende en stervende mens. Ik erken de kostbaarheid van leven en van mijn leven als expressie daarvan, zonder de behoefte om iets vast te houden en zonder angst voor verlies. Dankbaarheid is daarmee geworteld in de bereidheid tot loslaten en overgave (en de erkenning dat dit soms een hele worsteling is). En één van de mooiste expressies daarvan kan je in deze bijgevoegde link ervaren. Het is Pasen!

Terug naar …….

Langzaam maar zeker komt het einde aan onze reis door India in zicht. Nog een paar dagen in Navakkarai (een minuscuul dorpje ongeveer een uur rijden van Coimbatore) en een dag in Coimbatore zelf en dan begint de terugreis via Delhi naar Parijs en dan Den Haag. Het levert dubbele gevoelens op. Allereerst is er het temperatuurverschil. Hier is het overdag een verrukkelijke 30 tot 32 graden terwijl ik weet dat het momenteel rond het vriespunt is in Den Haag. Ik weet al wel langer dan vandaag dat ik me veel beter voel bij temperaturen rond de 30 à 35 graden (pas bij 40 wordt het een beetje warm voor me) en ik zie een nogal op tegen de overgang van de winter in Zuid-India naar die in Nederland. En ik zal het landschap en vooral de mensen gaan missen. De openheid, de gastvrijheid, de sereniteit die ik hier ben tegengekomen waren hartverwarmend, hartverwarrend en inspirerend. Ik neem ook een hoop vraagtekens mee over mezelf, over mijn eigen levenshouding en de mate waarin ik me bewust ben van mijn programmering en mijn aannames en overtuigingen, die zo diep kunnen zitten dat ik me niet eens bewust ben van hun aanwezigheid in me. Nu zijn dat vragen die ik me nagenoeg mijn hele leven al stel, dus dat is niet nieuw. Maar deze reis heeft er weer nieuwe urgentie aan gegeven. India heeft me opnieuw duidelijk gemaakt hoe inspirerend en ontregelend verre reizen en verblijven in andere culturen kunnen zijn. Helen en ik hebben toen we rond de twintig waren maanden in het Midden-Oosten doorgebracht dat heeft me destijds sterk beïnvloedt en veranderd. Ik geloof in deze regel in The Holstee Manifesto: “Travel often: getting lost will help you find yourself.” Innerlijk reizen wordt geholpen door fysiek reizen.
Tegelijkertijd ben ik ook klaar om weer naar huis te gaan, Dennis, Douwe en Marthe weer te zien, te mediteren in de zendo, sesshins te doen (we hebben een mooi jaarprogramma in het verschiet), de leden van de Zen Heart Sangha weer te spreken en mijn leven te delen met jullie. Ik heb jullie gemist.