Auteursarchief: Michel Oltheten

De scenarioschrijver

In het hersenspinsel dat ik “IK” noem, gaan verbazingwekkende (en vaak genante) dingen om. Ik kan soms best wel diepzinnige dingen zeggen (denk ik zelf) en dan denk ik aan de reactie van mijn gesprekspartner(s) te zien, dat die me ook behoorlijk diepzinnig vindt/vinden. Maar wie denkt dat nu eigenlijk? Ik check wel eens wat die ander denkt en vraag dan zo neutraal mogelijk: “Wat denk je nu”? Nog nooit heeft iemand daarop geantwoord met: “Wow, jeetje, tjonge, grutjes, wat ben jij diepzinnig zeg!” Die ander denkt aan héél andere dingen dan aan MIJ. De enige die nagenoeg constant aan MIJ denkt, ben IK. Op de keper beschouwd eigenlijk buitengewoon eentonig. Ik vergelijk het wel eens met films. Ik ben voortdurend bezig een scenario te schrijven over wie IK ben en hoe IK ben. Soms denk ik dat IK best wel diepzinnig en briljant ben, vaker dat IK ontstellend stom, vergeetachtig, beperkt en kortzichtig ben. In het ene geval zijn mijn oordelen positief en in het ander negatief. En in beide gevallen is het alleen maar een idee, een film, een illusie, en het gaat alsmaar en alleen maar over MIJ. In plaats van ìn de film te blijven, kan ik er ook uitstappen en van buiten naar de illusie kijken. En het telkens opnieuw uitstappen uit de illusie en zo kijken naar die eindeloze films waarin IK altijd de hoofdrol speel, leidt tot diepgaande verveling. G*dverd@mme, ga ik mezelf nu weer op die kleffe manier de hoogte in steken (of zo negatief de diepte in sleuren)? Bleuh! Wie is die IK die zo onzeker is over zijn werkelijkheidsgehalte, dat hij die eindeloze B-films nodig heeft? Wie is IK? 

Sinterklaas Bodhisattva

Vandaag vieren we met het hele gezin Sinterklaas. Helemaal traditioneel, met surprises, gedichten, strooigoed en erwtensoep. Dat laatste hoort natuurlijk niet specifiek bij de Sint, maar in ons gezin wel. Toen de kinderen nog geloofden in Sinterklaas zaten er meer onderdelen in de traditie, maar nu ze 23, 21 en bijna 18 zijn, vallen schoentje zetten en zingen bij de schoorsteen niet meer in het raamwerk. Toch kunnen we nog best wat leren van kinderen die geloven in Sinterklaas. In hun stralende gezichtjes kan je zien dat ze nog gewoon geloof en vertrouwen hebben. Ze geloven nog dat er een mens kan zijn die niets anders doet dan het goede voor zijn medemens. Wij zijn natuurlijk véél verstandiger. Wij zijn ouder en wijzer (cynischer) en geloven daar niet meer in. En daarmee hebben we ook het geloof verloren dat (laat ik maar dicht bij huis blijven) bijvoorbeeld wijzelf ook die eindeloze goedheid in ons zelf hebben. En dat is jammer. Sint Nicolaas Bodhisattva probeert niets na te laten om kinderen vreugde te brengen. Ik zou kunnen proberen om anderen gewoon door mijn intenties en (mijn soms klunzige) handelen het geloof in het goede in de mens te brengen. Misschien te hoog gegrepen? Het lijkt me de moeite waard het te proberen. Het lijkt me de moeite waard opnieuw te gaan geloven in mijn eigen pracht en in die van alle wezens.Marianne Williamson schreef ooit: “Our deepest fear is not that we are inadequate. Our deepest fear is that we are powerful beyond measure. It is our light, not our darkness, that most frightens us. We ask ourselves, who am I to be brilliant, gorgeous, talented, fabulous? Actually, who are you not to be”?

Zitten in de morgen

Vanmorgen samen met Helen gezeten van half acht tot half negen. De dag loopt altijd nèt een beetje anders als ik ‘s-morgens zit. Vrijer, rustiger. Op de een of andere manier brengt het zitten me in contact met simpelweg zijn. Een koan vraagt: “liberation – is it gained by practice or innate within oneself originally” (Bevrijding – wordt dat door oefening bereikt, of is het van oorsprong af aan in jezelf?). Joko Beck zegt ergens: “Je kunt het paradijs niet ontlopen, maar je kan wel weigeren het te zien”. Het paradijs is hier en nu. Zitten laat me dat op de meest eenvoudige manier zien.

Stilte

Na de meditatie gisterenavond zaten we zoals gewoonlijk in een kring. Ik vroeg of er iemand iets zeggen wilde en er viel even een stilte. Zo’n prachtig moment. In die stilte, die wachtende stilte is alles mogelijk. Niemand zegt iets en dus zijn alle opties nog open. Er is even een grenzeloze ruimte waarin niets is in volledige aanwezigheid. Wonderbaarlijk! 

Maandag

Een maandag zoals vele anderen. Gesprekken, boekhouding, telefoontjes. Een ruzie tussen zoon en dochter. Grijs weer. Zodadelijk naar de buurt-super en dan maar weer eens kijken wat ik vanavond ga koken. Net als altijd. In het grijze weer, door de grijze straat, rijdt een grijs scootertje voorbij. Kortom, een echt heel erg gewone maandag. Maar dat is toch helemaal niet de bedoeling? Na al die jaren zen training zou iedere dag toch bijzonder moeten zijn? Ieder NU is bijzonder, en dat is dus niet zo bijzonder. We proberen bijzonder te worden (omdat we hopen dat we dan gezien en gewaardeerd gaan worden) terwijl we al heel gewoon heel erg bijzonder zijn. Daar hoeven we dus niets meer voor te doen. Lucht op toch? Ik realiseer me opeens ook dat er een bijzonder lading zit in bijzonder willen worden. We willen ergens aankomen, terwijl de reis veel bijzonderder is dan de bestemming. We proberen te worden wat we al zijn. 

Mijn moeder

Vanmorgen ben ik bij mijn moeder op bezoek geweest. Ze is 91 en blind en ze heeft het daar niet makkelijk mee. Eigenlijk is ze pisnijdig dat ze op deze leeftijd nog in leven is en hulpbehoevend en “nutteloos” zoals ze zelf zegt. Dat haar aanwezigheid nut heeft voor haar kinderen, haar vele kleinkinderen en de hele wereld, wil er bij haar niet in. Dat vindt ze maar onzin. Waardigheid en waarde gaan voor haar hand in hand en dat wordt gemeten aan de dienstbaarheid voor anderen. Als je dat niet meer kan zijn, kan je maar beter dood zijn, vindt ze. Ik moet denken aan de drie zuivere geloften (pure precepts) die ik aflegde toen ik boeddhist werd: “Doe geen kwaad ontstaan, doe het goede, doe het goede voor anderen”. Mijn moeder heeft haar leven geleefd voor haar gezin. Dat haar hele bestaan, nu ze hulpbehoevend is en daar stevig van baalt, hier en nu gewoon het goede doen is voor anderen, is voor haar kul. Voor mij is het duidelijk. Ze is de Boeddha, of ze dat nou wil of niet. En dat geldt natuurlijk ook voor jou en mij. 

Ergernissen

Geïrriteerd kom ik thuis van boodschappen doen. En vrouw en dochter maken het er niet beter op. Wat een gez**k allemaal. En plotseling komt midden in mijn irritatie een citaat van Joko Beck op: “Zolang je nog in staat bent om geïrriteerd te raken, kan je er zeker van zijn dat iets je gaat irriteren”. 
Wat is mijn irritatie? Waar gaat het om? Wat wil ik niet laten zien en er niet laten zijn? Dat ik me gekwetst en betrapt kan voelen? Dat ik me klein en onbelangrijk kan voelen als ik het gevoel heb dat iemand me negeert of kleineert? Wie voelt dat? Wie maakt die beelden en ideeën en gedachten? Welk klein gekwetst ikje roept boos, “Laat me met rust”? Wie is die me? Die stap achteruit, die stap uit het ikje en diens kleine drama is voldoende. Even, héél even, is dit ontwaken in het hier en nu. Even geen ikje en dus ook even geen geïrriteerd ikje. Wie is ik zonder die irritatie? Dat is de vraag! Een ander citaat van Joko Beck komt op: “Met feilloze liefde brengt je leven altijd precies datgene wat je nodig hebt om te leren”.

Meester Unmon’s Good Day

Meester Unmon (een Chinese zenmeester die leefde van 864-949 na Christus) gaf eens instructies aan zijn leerlingen en zei: “Ik vraag jullie niet naar wat er vijftien dagen geleden gebeurde. Wat zal er over vijftien dagen gebeuren? Kom, wie kan mij daar iets over zeggen”?
Daar geen van de leerlingen antwoordde, antwoordde meester Unmon zelf voor hen en zei: “iedere dag is een goede dag”.
Vandaag is de enige dag die ik ken, nu is het enige moment dat ik ben. De vorige dagen en momenten zijn voorgoed voorbij en komen nooit terug. De komende dagen en momenten zijn er nog niet en ik kan en zal ook nooit van tevoren weten hoe ze zullen zijn. In de hele eeuwigheid van alle tijd, is nu het enige ogenblik dat NU is. Ben ik bereid om nu te zijn en de oude momenten, die van gisteren en eergisteren, van toen, los te laten? Ben ik bereid om in dit nu te staan zonder me zorgen te maken over straks en morgen? En zonder altijd maar vast te houden aan mijn plannen?
Al mijn pijn komt voort uit het verleden. Al mijn angst komt voort uit de toekomst. Hoe is het Hier en Nu?

Loslaten

Gisterenavond kwam het gesprek na het zitten op de noodzaak van loslaten. Moeilijk onderwerp, moeilijke oefening ook. Het probleem zit eigenlijk niet in het loslaten zelf. Dat doen we voortdurend want we moeten wel. Hoe goed we ons leven ook proberen te plannen en te regelen, het leven heeft de neiging onze plannen stelselmatig in de war te brengen. En dan moet je wel loslaten. Maar tegelijkertijd verzetten we ons als gekken tegen de verwarring. Eén van de zitters had een mooie metafoor. Als je in een bootje vaart moet je wel in staat zijn te zeilen. Je moet weten hoe de zeilen te zetten en welke koers je wil houden. Maar als er een storm opsteekt en de stroming je een andere kant opstuurt, kan je dan flexibel zijn en je koers verleggen of hou je snoeihard vast aan je oorspronkelijke koers? Kan ik de stromingen in mijn leven, waar ik geen controle op heb, tegemoet treden met open handen, zonder vast te houden aan het beeld wat ik voor ogen had? Kan ik uiteindelijk alle beelden en ideeën laten varen en van moment tot moment aanwezig zijn in wat is?

Shogen’s Man of Great Strength

Meester Shogen zei, “Waarom kan een man van grote kracht zijn been niet optillen”?
We hebben het hierover gisterenavond gehad (met veel gelach). Aanleiding was een wandeling met de hond,waardoor ik me deze koan (uit de Mumonkan) weer herinnerde. Waarom kan een hond van grote kracht zijn poot niet optillen? Mijn hond Flint doet dat zonder enig probleem. Waar doelt Shogen hierop? Als de werkelijke realiteit is dat er aan mijn kracht geen grens is, als mijn omvang heel het heelal omvat, hoe zou ik dan mijn been kunnen onderscheiden als MIJN been (en dat been optillen)? Ik ga even een eindje lopen.